museum voor vlakglas- en emaillekunst Ravenstein
 

Atelier F. Nicolas Roermond

1855 - 1880
Atelier F. Nicolas en Zonen Roermond 1880 - 1939
Frans Nicolas (Antonius Franciscus Hubertus) Roermond 1826 - Roermond 1894

terug naar documentatie

Tekst overgenomen uit "Glas in lood in Nederland 1817-1968", Dr. Carine Hoogveld

Omstreeks 1850 begon Frans Nicolas met glasschilderen. Over zijn opleiding is niets bekend, maar uit het feit dat er binnen de familie een schilderij van hem bekend staat als 'het Academiestuk', zou men kunnen afleiden dat hij een studie aan een academie heeft gevolgd. In 1855 stichtte hij in zijn geboorteplaats een atelier voor gebrandschilderd glas. Aanvankelijk voerde hij restauratie-opdrachten uit, vooral in Duitsland en België.

Door de samenwerking met de architect Pierre Cuypers, kreeg Nicolas veel opdrachten voor nieuwe kerkbeglazingen en het bedrijf groeide weldra uit tot het grootste in ons land.

Het atelier F. Nicolas werkte vooral samen met de architecten uit de 'school' van Cuypers als: J.J. Langelaar, A.A.J. Margry en N. Molenaar. Cuypers ontwierp de beglazingen voor zijn kerken veelal zelf, gewoonlijk in de stijl van de dertiende of veertiende-eeuwse gotiek van het Ile-de-France. Wanneer hij het ontwerp aan het atelier Nicolas overliet, dan gaf hij duidelijke aanwijzigingen betreffende iconografie, stijl en kleurstellingen.

Door de toegenomen vraag naar gebrandschilderd glas, kreeg het atelier spoedig een fabrieksmatige opzet, met een ver doorgevoerde arbeidsdeling. Het tekenen van het ontwerp, het vervaardigen van het karton, het glassnijden, het beschilderen, het branden en het in het lood zetten geschiedde door verschillende werklieden.

Aanvankelijk zijn de ontwerpen vooral van de hand van Frans Nicolas zelf, maar tegen het eind van de eeuw werden steeds meer - vaak buitenlandse - ontwerpers bij het atelier betrokken.

Ook de glasschilders die het werk uitvoerden, werkten in verschillende specialismen. De hoogste positie werd ingenomen door de vleesschilders (die alleen gezichten en handen schilderden), dan volgden de draperieschilders en tenslotte de ornamentschilders.

Bij Nicolas waren onder me er werkzaam: J. de Bock, L. Booten, F. Chauffaux, F. van den Essen, E. Janssen, A. Ketelaars, G. Mesterom, L. van Montfort, J. Opveld, L. Phlippen, de gebrs. Den Rooijen, H. Schoenmaker, J. Schoonenberg, W. Schüller en J. Welters. Doordat er zoveel werklieden aan een venster werkten, hebben de ramen uit het atelier Nicolas vaak iets onpersoonlijks.

Het atelier voerde beglazingen uit in alle mogelijke stijlen, variërend van vroegromaans Engels tot laatgotisch Duits, renaissancistisch, barok, Nazareens en Preraphaëlitisch.

Het atelier is echter herkenbaar aan de samenstelling van het overvloedig kleurpalet dat in de negentiende eeuw veelal bestond uit goudgeel, grasgroen, turkoois blauw en rood, terwijl in de twintigste eeuw geleidelijk meer paarsen en grijzen werden toegepast.
Over het algemeen staan de produkten van het atelier in technisch opzicht op hoog niveau. Al in 1863 gaf Frans Nicolas garanties voor de duurzaamheid van het bij hem uitgevoerde werk.

In 1880 werden de beide zonen van Frans: Charles en Frans jr. vennoot in het bedrijf, dat sindsdien de naam Nicolas en Zonen voerde. Vanaf die tijd zou Frans jr. zich richten op het ontwerpen, terwijl Charles de zakelijke leiding had.

Vrijwel alle benodigde materialen (glassoorten, glasverven, papier, chemicaliŽn etc.) moesten uit het buitenland worden ingevoerd.
Het atelier Nicolas leverde glas in heel Nederland, maar het meest in Noord en Zuid-Holland, Brabant en Limburg. Ook exporteerde het atelier op grote schaal gebrandschilderd glas naar het buitenland, onder me er naar Duitsland, België, Engeland, Zweden, Noord-Amerika, Australië en Nederlands-Indië.

In de Verenigde Staten stelde de firma Nicolas salesmanagers aan om de verkoop van gebrandschilderd glas aldaar te stimuleren, zoals de in 1885 daarheen geëmigreerde Frans Stoltzenberg (die in 1853 te Roermond samen met Cuypers een atelier had opgericht voor kerkelijk meubilair).

In Nederland werkte Nicolas en Zonen onder meer met tipgevers.

Vanaf de jaren twintig vervaardigde Joep Nicolas regelmatig ontwerpen. Toen Joep in 1939 in verband met de oorlogsdreiging besloot naar Amerika te gaan, verkocht deze het familiebedrijf aan Max Weiss, de bedrijfsleider van het atelier.

De firma Nicolas fungeerde als een soort opleidingsplaats. Menig werknemer deed in het atelier Nicolas de nodige ervaring op om later een eigen atelier te stichten, zoals: F. Balendong, L. v. d. Essen, C. Lommen, G. Mesterom, de Gebrs. Den Rooijen en P. en Ch. Stroucken.

Werken van het atelier Nicolas treft men onder meer aan in: Amsterdam, Kerk van het H. Hart van Jezus (Vondelkerk); Duivendrecht, St Urbanus, Tubbergen, St Pancratiuskerk; Denekamp, St Nicolaaskerk; Warmond, St Matthiaskerk; Maastricht, St Matthiaskerk; Sneek, Martinuskerk; Hilversum, St Vituskerk; Maastricht, St Servaas; Oude Pekela, St Willibrorduskerk, Helvoirt, St Nicolaaskerk en Tuitjenhorn, St Jacobus de Meerdere.

foto's op internet: